Afspraak maken

Tijdelijke gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing

Op het hoogtepunt van de corona-crisis waren massa’s werknemers in ons land tijdelijk werkloos. Heden geldt dit nog steeds voor een aanzienlijk aantal van deze werknemers. Om de tewerkstellingsgraad te verhogen, heeft de regering beslist om voor de maanden juni, juli en augustus 2020 te voorzien in een systeem van gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing.

Om van deze regeling te kunnen genieten is vereist dat men gedurende een ononderbroken periode van minstens 30 kalenderdagen, tussen 12 maart 2020 en 31 mei 2020 heeft gebruikgemaakt van het stelsel van tijdelijke werkloosheid. Ook bedrijven die ervoor gekozen hebben de impact voor hun werknemers te milderen door een alternerend systeem van tijdelijke werkloosheid in te voeren, kunnen gebruikmaken van deze regeling.

De maand mei wordt als referentieperiode gekozen voor de totale kost van de bedrijfsvoorheffing. Hieronder verstaat men: de daadwerkelijke verschuldigde bedrijfsvoorheffing uit hoofde van een in artikel 273, 1°, WIB 92 bedoelde betaling of toekenning van belastbare bezoldigingen aan de werknemers.

Onder die belastbare bezoldigingen moet zowel voor de referentiemaand als de maanden juni, juli en augustus worden verstaan: de overeenkomstig artikel 31, tweede lid, 1° en 2°, vastgestelde belastbare bezoldigingen van de werknemers met uitsluiting van het vakantiegeld, de eindejaarspremie en de achterstallige bezoldigingen. Bijgevolg komen ook opzegvergoedingen niet in aanmerking voor de toepassing van het belastingvoordeel. Wat het vakantiegeld betreft, wordt enkel het dubbel vakantiegeld bedoeld. Voor bedienden is het enkel vakantiegeld immers de doorbetaling van het loon tijdens vakantiedagen. Voor arbeiders betaalt hun werkgever een sociale bijdrage aan de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV). Vervolgens verdeelt de RJV deze over de verschillende vakantiekassen in België. De arbeider krijgt zijn vakantiegeld via de RJV of via het bevoegde vakantiefonds en dus niet van de werkgever.

De vrijstelling is gelijk aan 50 % van het verschil tussen enerzijds de totale kost aan bedrijfsvoorheffing voor elke van de maanden juni, juli en augustus 2020 en anderzijds de totale kost aan bedrijfsvoorheffing met betrekking tot de bezoldigingen van de maand mei (m.n. de referteperiode). De totale vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing ingevolge deze maatregel over de drie beoogde maanden samen mag echter nooit meer bedragen dan 20 miljoen euro. De vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing wordt berekend op de massa verschuldigde bedrijfsvoorheffing die overblijft na de toepassing van alle andere maatregelen inzake niet doorstorting bedrijfsvoorheffing.

Opgelet, een vennootschap wordt uitgesloten van de maatregel wanneer zij een inkoop van eigen aandelen of een kapitaalvermindering verricht of dividenden betaalt of toekent in de periode van 12 maart 2020 tot 31 december 2020.

Meent u in aanmerking te komen voor deze maatregel, contacteer ons snel zodat Alice u verder kan begeleiden in dit traject.

"There is no such thing as a good Tax" -Winston Churchill


Op de hoogte blijven?